U weet inmiddels hoe leuk ik mijn werk als conciërge op de lagere school vind en vandaag had ik een van die interessante gesprekjes met kleuter Jasmijn.
‘Heb jij een kind?’ vraagt ze. ‘Ja, ik heb een kind en die is zó groot.’ Ik hou mijn hand een stuk boven mijn hoofd om aan te duiden hoe lang mijn kind wel niet is. ‘Nee,’ zegt Jasmijn,’dat is niet je kind, dat is je meneer.’
Ik verzeker haar dat het echt om mijn zoon Jan gaat die toch al gauw zo’n 1.90 m is. Ze kijkt me wat ongelovig aan, wie heeft er nou zo’n belachelijk groot kind?
‘Heb je ook een meneer?’ ‘Nee, ik heb geen meneer meer, die is weggegaan omdat hij me niet meer zo leuk vond.’ Maar Jasmijn weet precies hoe het zit, ze kijkt me aan met haar grote bruine ogen vol begrip en compassie en ze zegt; ‘Hij vond je haar zeker niet leuk.’
‘Ik denk dat dat het is, Jasmijn, hij vond gewoon m’n haar niet leuk.’ Ze kijkt nog eens naar mijn superkorte, grijze haar en draait één van haar blonde lokken om haar vinger.‘Ik ben nog nooit bij de kapper geweest,’ en ze zucht eens diep en ik hoor haar denken: en denk maar niet dat ik ooit nog ga!